Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Successiewet versoepeld.
Staatssecretaris De Jager gaat enkele voorwaarden om aan de bedrijfsopvolgingsregeling uit de Successiewet te kunnen voldoen versoepelen en verduidelijken. Aanleiding voor de versoepeling zijn vragen en onzekerheid uit de praktijk.
Er was onder meer onduidelijkheid over de toepassing van de regeling als aandelen in een holding worden verkregen en de onderneming in de deelneming (dochtervennootschap) wordt gedreven. De invulling van de 'beleidseis' riep vragen op. In dit beleidsbesluit wordt hierover nu duidelijkheid gegeven. Zo wordt bijvoorbeeld aan de beleidseis voldaan als de houdstermaatschappij minimaal 50% bezit van de deelneming of het bestuur (mede)voert over de onderneming. Ook is goedgekeurd dat de regeling van toepassing is als een middellijk belang van 5 % in de deelneming overgaat.
Bedrijfsoverdracht
Om enkele knelpunten bij bedrijfsoverdracht op te lossen heeft De Jager, vooruitlopend op een wetswijziging, goedgekeurd dat de voortzettingseis niet geldt voor het aandeel in de personenvennootschap dat de bedrijfsopvolger al bezat toen hij een aandeel in de personenvennootschap erbij kreeg. Dit houdt in dat het aandeel in de personenvennootschap dat de bedrijfsopvolger al bezat, kan worden overgedragen zonder gevolgen voor de bedrijfsopvolgingsregeling die geldt voor het later verkregen aandeel in de personenvennootschap. bron: www.elsevierfiscaal.nl
Terug naar nieuwsoverzicht |
Bel Mij
Nieuws 18 May 2012: Vaker verlaagd BTWtarief voor buitensporten in de openbare ruimte
Buitensporten in de openbare ruimte, zoals hardlopen, paardrijden en surf- en zeilsporten, kwalificeren toch als gelegenheid geven tot sportbeoefening, waarop het verlaagd BTW-tarief van toepassing is. Dat heeft onze hoogste belastingrechter, de Hoge Raad beslist onder meer in de zaken van een zeilschool en een paardenmanege. In 2007 verbond de Hoge Raad hieraan nog de voorwaarde dat de openbare ruimte gedurende de duur van de sportbeoefening daarvoor moest zijn gereserveerd, maar dat is nu niet meer nodig. Voor toepassing van het 6%-tarief is het voldoende dat de sportbeoefening begint en eindigt in een sportaccommodatie, waar van faciliteiten gebruik kan worden gemaakt.
|